Kwaliteitscommissie Limburg

Indieningsvereisten

De volgende stukken zijn nodig om een plan in de Kwaliteitscommissie in behandeling te nemen.

  1. Verzoek om advies van gemeente op basis van het positief gemeentelijk standpunt1
    en aanbiedingsformulier Kwaliteitsprojecten;
  2. Stedenbouwkundige en landschappelijke onderbouwing2 en schetsontwerp (massa, schaal, verkaveling, inpassing, beplantingsplan, visualisatie);
  3. Bij een agrarisch plan een bedrijfsontwikkelingsplan (BOP)3;
  4. Situatietekening op schaal van de bestaande en nieuwe situatie waarop het gebruik van gebouwen is weergegeven, waar nodig met gegevens over oppervlakten/hoeveelheden;
  5. Situatie waarop de locatie en omvang van de maatregelen en tegenprestaties staan weergegeven met een duidelijk onderscheid tussen bestaande en nieuwe maatregelen aangevuld met een assortimentenlijst van de beplantingen (incl. maten);
  6. Kopie van bestemmingsplan kaartuitsnede met huidige bouwkavel;
  7. Kopie van de voor de planvorming relevante bestemmingsplanvoorschriften;
  8. Bouwkavelvoorstel – verkaveling /aanpassing/wijziging;
  9. In geval van nieuwe vestiging kaart waarop ligging percelen is aangegeven (bijvoorbeeld Grootschalige Basiskaart Nederland en/of Mac Sharry-kaart en/of scherpe luchtfoto);
  10. Voorstel privaatrechtelijke overeenkomst;
  11. Datgene dat verder een efficiënte behandeling van de aanvraag kan bevorderen.

De stukken dienen in handzaam formaat (A4 of A3) in 6-voud bij het secretariaat van de Kwaliteitscommissie Limburg aangeleverd te worden. Daarnaast is ook een digitale versie wenselijk op een daartoe geschikt formaat.

Aangaande de relevante aangeleverde informatie is het advies om de aangeboden stukken compact, helder geordend en eenvoudig aan te leveren, waardoor de commissieleden efficiënt kunnen werken en de kosten van de commissie gereduceerd kunnen worden.

Ad 1.
Hierbij ook de inbedding in het gemeentelijke beleid vermelden.

Ad 2.
Toevoeging bij punt 2 ‘stedenbouwkundig plan, landschapsplan’.

Voor zover dit aan de orde is, is een beschrijving of verbeelding van de stukken die in een plan helder tot uitdrukking gebracht dienen te worden:

  • Kenschets huidige situatie (luchtfoto + foto’s)
  • Kenschets huidige kernkwaliteiten (stedenbouw / landschap / cultuurhistorie / ecologie)
  • Kenschets van voor de planvorming relevant beleid op het gebied van stedenbouw en landschap, ecologie, etc.
  • Programma van wensen / eisen: vanuit de karakteristiek van het plangebied en omgeving (genius loci / DNA van de plek), vanuit het beleid, maar ook vanuit de wensen van de initiatiefnemer.
  • Opstellen van een stedenbouwkundig, landschappelijk concept ofwel een visie. In deze visie ook een korte reflectie geven van de onmogelijkheden en de mogelijkheden, naar de items uit het programma van wensen.
  • Opstellen stedenbouwkundig / landschappelijk ontwerpplan (schetsontwerp).
  • Materialisatie bebouwing en terrein; globaal voor eventuele bebouwing en verharding. Voor het groen een beplantingsplan.

Deze lijst bevat de aspecten die deel uitmaken van een goed voorbereid plan. Ze zijn belangrijk voor de kwaliteit van het eindresultaat. Deze onderdelen uiteraard voor zover van toepassing voor uw plan.

Ad 3.
Toevoeging bij punt 3 ‘Bedrijfsontwikkelingsplan (BOP)’

Bij toetsing van een plan aan de agrarische module van het kwaliteitsmenu zijn diverse onderdelen van belang. De landschappelijke inpassing van het plan is erg belangrijk. Eerst wordt echter getoetst of er sprake is van een volwaardig agrarisch bedrijf dan wel de reële aanzet daartoe. Het toekomstperspectief moet wel binnen een redelijke termijn gehaald worden. Dit kan aangetoond worden met een bedrijfsontwikkelingsplan. In het bedrijfsontwikkelingsplan worden de bedrijfsgegevens ingevuld die noodzakelijk zijn voor een goede beoordeling van de geplande ontwikkeling van het agrarische bedrijf. Het BOP wordt ingevuld door de agrariër (of zijn adviseur) ten behoeve van de toetsing door gemeente en de kwaliteitscommissie. Voorheen werden dergelijke bedrijfsplannen getoetst door de provinciale BOM+ commissie. De kennis en deskundigheid van de voormalige commissie is thans ook opgenomen in de Stichting Kwaliteitscommissie Limburg.

Waaraan moet een BOP voldoen en wie beoordeelt dit?
Het modelformulier voor het BOP vindt u via:
deze link
Een volledig en naar waarheid ingevuld formulier geeft zowel de gemeente als de kwaliteitscommissie een eerste inzicht van de gewenste ontwikkelingen. Aan de hand hiervan vindt een beoordeling plaats of er sprake is van een effectief, duurzaam en toekomstvast volwaardig agrarisch bedrijf, of een reële aanzet daartoe. Hierbij worden de onderstaande factoren gewogen door de gemeente en de commissie. Omschakeling van of naar een andere bedrijfstak wordt gelijk gesteld als ware sprake van nieuw vestiging. Een bedrijfsbezoek kan ook onderdeel uitmaken van de beoordeling.

De bedrijfsomvang wordt vaak gekoppeld aan de volwaardigheid van een bedrijf, waarbij het idee is dat er ergens een grens bestaat tussen volwaardige en onvolwaardige bedrijven. Het is zeer moeilijk een dergelijke grens goed te benoemen. Met de Standaard Opbrengst (SO) of de Nederlandse grootte-eenheden (NGE) worden bijvoorbeeld de verbredingactiviteiten niet gemeten. Maar ook andere redenen, zoals normen versus werkelijke situatie en de definities van kengetallen zelf, geven aan dat een bedrijf niet alleen kan worden afgerekend op de normatieve bedrijfsomvang.

Toetspunten BOP

 

  • Het BOP beperkt zich niet alleen tot een teelt- en investeringsplan maar geeft ook aan welke opleiding, vakbekwaamheid en ervaring de ondernemer heeft.
  • De verschillende agrarische bedrijfsvormen en/of mogelijke combinaties zijn te divers om daar op voorhand al een minimale limiet (wel of niet volwaardig) aan te stellen.
  • Naast de cijfermatige benadering van omvang van het bedrijf gelden er maatgevende wegingsfactoren (niet limitatief), die medebepalend zijn of een bedrijf wel of niet kredietwaardig is dan wel op korte termijn een reële aanzet tot een volwaardig bedrijf vormt.
  • Hoe vindt het productieproces plaats?
  • Worden er gangbare – dan wel niet gangbare productiemethoden gebruikt?
  • Hoe vindt de verwerking en afzet plaats?
  • Gelden er (buiten proportionele) arbeidsaanspraken?
  • Wat is de grootte van de (risicodragend) kapitaalsinzet?

De uitkomst van deze bevindingen geeft tenslotte een beeld of er sprake is van een volwaardig agrarisch bedrijf of een reële aanzet (binnen een redelijke termijn) tot een volwaardig agrarisch bedrijf.